Het beleidsdoel Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 2-1-1 Stimuleren transitie naar duurzaam, veilig en slim personenvervoer
Wat willen we bereiken?
De provincie wil dat iedereen zijn bestemming kan bereiken op makkelijke, snelle, veilige en duurzame wijze. De provincie streeft daarbij naar een toekomstbestendig Zuid-Holland. Dat betekent dat ze meer voorrang geeft aan gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Hierbij heeft de provincie steeds meer oog voor verschillen in de behoeften binnen gebieden en van doelgroepen.
Door groei van de bevolking en economie wordt het steeds drukker. Bovendien moet er de komende jaren veel onderhoud aan wegen en bruggen gedaan worden. Dit leidt tot overlast. De provincie zet zich -samen met andere overheden- in om deze overlast en de files zo klein mogelijk te houden, bijvoorbeeld in het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar.
Met voorzieningen en werk dichtbij hoeven bewoners minder ver te reizen, lopen ze vaker, fietsen ze meer, pakken ze vaker het OV en verbetert hun bereikbaarheid. Daarom werkt de provincie aan wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer in de buurt. Ze ontwikkelt dat in samenhang en werkt daarbij gebiedsgericht.
In Zuid-Holland worden veel woningen gebouwd. De provincie vindt lopen en fietsen heel belangrijk, en neemt dit direct mee vanaf de ontwerpfase. Ook omdat actief bewegen minder ruimte inneemt tijdens het verplaatsen. Door de snelle opkomst van de elektrische fiets gaan meer mensen vaker en verder fietsen en de provincie stimuleert dat graag verder. De provincie gaat daarbij uit van het STOMP-principe, waarbij ze de manieren van verplaatsen zoveel mogelijk ondersteunt in de volgorde: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, (deel)mobiliteit en tot slot de privéauto. Zo maakt zij duurzame en ruimte-efficiënte verplaatsingen vanzelfsprekend. Terwijl de meeste mensen thuis een fiets hebben, ontbreekt meestal de mogelijkheid om te fietsen na een reis met het openbaar vervoer. Daarom zet de provincie in op deelfietsen voor het laatste stukje van een reis.
Het reisgedrag van mensen veranderen is niet eenvoudig. Samen met Zuid-Holland Bereikbaar doet de provincie daar haar uiterste best voor, maar uiteindelijk kiest iedereen zelf hoe hij of zij reist. Daarom blijft het belangrijk dat ook de auto een goede en vlotte optie is. Met de toenemende druk op ons wegennet moeten we knelpunten blijven aanpakken en, waar dat nodig is, aanvullende infrastructuur realiseren.
De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met andere organisaties aan een veilige infrastructuur en moedigt verkeersveilig gedrag aan door middel van onderwijs en voorlichting. De provincie onderhoudt contact met politie en het Openbaar Ministerie (OM) over passende handhaving.
Er is weinig ruimte en geld voor nieuwe wegen. De provincie kijkt daarom naar innovatieve mogelijkheden om(vaar)wegen, fietspaden en openbaar vervoer beter te benutten. Ook werkt ze eraan om de manieren van verplaatsen schoner te krijgen, bijvoorbeeld door de mogelijkheden voor elektrisch laden te verbeteren.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Bereikbaarheid door nabijheid
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Schonere mobiliteit
Aanleiding
Gemeente Rotterdam werkt aan de aanbesteding van de Concessie openbare laaddiensten elektrisch vervoer voor Zuidwest Nederland (hierna: de concessie) voor de uitrol van publieke laadinfrastructuur in Zuidwest Nederland. Vanuit de gezamenlijke ambitie om te komen tot een betaalbaar, toekomstbestendig en uniform publiek laadnetwerk werkt gemeente Rotterdam hierbij samen met de NAL-regio Zuidwest, bestaande uit de provincies Zuid-Holland en Zeeland. Gemeente Rotterdam treedt op als aanbestedende dienst namens 42 deelnemende gemeenten. De NAL-regio Zuidwest verzorgt inhoudelijke ondersteuning en coördinatie richting de deelnemende gemeenten vanuit haar rol binnen de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur. De concessie voorziet in de plaatsing van ongeveer 22.000 publieke laadpalen in de komende vijf jaar.
Per 1 juli 2026 treedt het nieuwe prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) volledig in werking. Vanaf dat moment worden aanvragen voor publieke laadpalen aangemerkt als niet-prioritair. Nieuwe aanvragen voor netaansluitingen komen daardoor op een wachtrij terecht, waarbij wachttijden kunnen oplopen tot meerdere jaren. Daarbij komt het feit dat de aanbesteding van de concessie vertraging opgelopen door juridische procedures. Hierdoor is vóór 1 juli 2026 nog geen concessiehouder beschikbaar die netaansluitingen kan aanvragen. Zonder aanvullende maatregelen kan de uitrol van publieke laadinfrastructuur voor langere tijd stilvallen of ernstig vertragen.
Provincie Zuid-Holland acht dit beleidsmatig onwenselijk. Aan dit oordeel liggen diverse overwegingen ten grondslag, waarbij nadrukkelijk in breder perspectief is gekeken naar de samenhang tussen mobiliteit, wonen, energie en het gebruik van schaarse netcapaciteit. Publieke laadinfrastructuur is noodzakelijk voor de uitvoering van de mobiliteitstransitie, de groei van elektrisch personenvervoer en de werking van zero-emissiezones. Daarnaast zijn publieke laadvoorzieningen van belang voor inwoners zonder eigen oprit of parkeervoorziening. Zonder voldoende publieke laadmogelijkheden ontstaat het risico dat elektrisch rijden minder toegankelijk wordt, met name in stedelijke gebieden en sociale woonwijken.
Voorstel en uitwerking
Het voorstel is daarom om vóór 1 juli 2026 proactief netaansluitingen aan te vragen voor toekomstige laadlocaties binnen het gebied van de concessie. Daarmee maakt Provincie Zuid-Holland het mogelijk om de drempels voor de uitrol van netbewuste publieke laadinfrastructuur te verlagen. De aansluitingen worden na gunning van de concessie overgedragen aan de toekomstige concessiehouders. Hierbij is bewust gekozen voor een beperkte en proportionele invulling. Op advies van Stedin wordt uitgegaan van ongeveer één jaar vooruit aanvragen, oftewel 3.220 netaansluitingen. Daarbij geldt dat de impact op het elektriciteitsnet relatief beperkt is doordat:
- De aansluitingen geografisch verspreid worden over 42 gemeenten;
- De laadpalen (op grote schaal) netbewust aangestuurd worden;
- De concessie slim- en netbewust laden, maar ook ondersteuning van bi-directioneel laden voorschrijft.
Om deze aanvragen tijdig te kunnen doen is gekozen voor een constructie waarbij gemeente Rotterdam formeel optreedt als aanvrager van de netaansluitingen. Rotterdam is reeds aanbestedende dienst namens de deelnemende gemeenten en beschikt al over de benodigde mandaten, volmachten en machtigingen vanuit de deelnemende gemeenten. Door deze werkwijze kan binnen de beschikbare tijd juridisch uitvoerbaar en uniform gehandeld worden.
De provincie Zuid-Holland verstrekt hiervoor een tijdelijke voorfinanciering aan gemeente Rotterdam, juridisch vastgelegd in een lening-overeenkomst met een looptijd van maximaal twee jaar. Toekomstige concessiehouders zijn, na definitieve gunning van de concessie, verplicht de aangevraagde netaansluitingen binnen één jaar over te nemen en de gemaakte kosten, inclusief rente en administratieve lasten, terug te betalen. Daarmee faciliteert de provincie tijdelijk een publiek belang, zonder structureel financieel bij te dragen aan de uitrol van laadinfrastructuur.
Slimmere mobiliteit & digitalisering
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Vaker en verder fietsen door meer mensen
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Veilig gedrag in het verkeer
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Bevorderen Lopen
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 2-1-2 Naar onweerstaanbaar openbaar vervoer
Wat willen we bereiken?
Zuid-Holland streeft naar een toekomstbestendig Zuid-Holland met goed openbaar vervoer, dat onweerstaanbaar is. De provincie zorgt, samen met de MRDH, voor een goed en passend aanbod van openbaar vervoer zonder uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO 2 en stikstof. De provincie wil dat dit snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar is. Passend openbaar vervoer maakt, samen met lopen, de fiets en deelvervoer een reis van deur tot deur mogelijk.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 2-1-3 Duurzaam en efficiënt goederenvervoer
Wat willen we bereiken?
Het vervoer van goederen moet zo doelmatig, goed en schoon mogelijk plaatsvinden. En tegelijkertijd bijdragen aan de bereikbaarheid, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Zodat Zuid-Holland zo goed mogelijk klaar is voor de toekomst. Dit betekent dat de provincie werkt aan een beweging naar een toekomstbestendige economie, met een betere kwaliteit voor de leefomgeving en de gezondheid. Ze geeft voorrang aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. Daarom moeten de schaarse ruimte en infrastructuur effectiever gebruikt worden.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en -subsidies (PZI)
Wat willen we bereiken?
Om ervoor te zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft, op een duurzame en veilige manier legt de provincie ook nieuwe provinciale infrastructuur aan en verbetert bestaande provinciale infrastructuur. Door eerst onderzoek te doen naar oorzaken en mogelijke maatregelen wordt vooraf bepaald of een dergelijke ingreep passend en nodig is. Hierbij wordt breed gekeken of lopen, fietsen, ov en deelvervoer ook een bijdrage aan de oplossing kunnen leveren. Ook wordt nadrukkelijk gekeken of bestaande infrastructuur beter kan worden gebruikt. De ruimte is nu eenmaal beperkt, en dat geldt ook voor de financiële mogelijkheden. Daarnaast draagt de provincie bij aan projecten van andere overheden door te adviseren en/of een financiële bijdrage te leveren. Verkeersveiligheid, duurzaamheid, en gezondheid) zijn standaard onderdelen in de voorbereiding van projecten.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI)
Wat willen we bereiken?
Om de bereikbaarheid op peil te houden verbetert de provincie bestaande wegen en bruggen en legt nieuwe wegen en bruggen aan. Deze projecten worden uitgevoerd op basis van een besluit waarin de inhoudelijke grootte van het project, planning en afspraken over de financiën zijn vastgelegd.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 2-1-6 Duurzame, stille en nieuwe luchtvaart
Wat willen we bereiken?
De zogenaamde kleine- en recreatieve luchtvaart kan (geluid)overlast geven of tot verstoring van natuur leiden. De provincie gaat over de locaties waar luchtvaart mag starten en landen, met uitzondering van Rotterdam The Hague Airport, en de provincie kan daarvoor regels opstellen. De provincie gaat niet over waar en hoe er gevlogen wordt; dit valt onder de bevoegdheid van het Rijk.
De provincie wil hiernaast dat de overlast van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport (RTHA) zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit gaat om geluidhinder, uitstoot van (ultra)fijnstof, stikstof en CO2. Tegelijkertijd wil de provincie dat Schiphol zijn positie als belangrijke internationale luchthaven kan behouden en zijn netwerk van internationale verbindingen kan versterken. Voor RTHA wil de provincie dat de luchthaven zijn positie als zakelijke luchthaven kan behouden.
De provincie oefent invloed uit op de besluitvorming door de minister van Infrastructuur en Water- staat (I&W) en de Tweede Kamer over de toekomstige ontwikkeling van beide luchthavens. Voor Schiphol gaat dit via de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS; een samenwerkingsverband van vier provincies en een veertigtal gemeenten rondom Schiphol) en bij RTHA via de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR; een samenwerkingsverband van de provincie en drie gemeenten).
De provincie wil dat binnen de geluidcontouren rondom Schiphol en RTHA terughoudend wordt omgegaan met nieuwe woningbouw om nieuwe geluidgehinderden zoveel mogelijk te voorkomen. Echter binnen de regels wil de provincie dat kleinschalige woningbouw mogelijk moet kunnen zijn indien dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt. Daartoe heeft de provincie regels gesteld in de Omgevingsverordening.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
