Het beleidsdoel Gezonde natuur is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 5-1-1 Nieuwe natuur realiseren
Wat willen we bereiken?
De provincie is wettelijk verantwoordelijk om bepaalde soorten en leefomgevingen (habitats) te beschermen en in de zogenoemde ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen, zoals staat vermeld in de EU Vogel- en Habitatrichtlijn, aangevuld met de opgaven die voortvloeien uit de natuurherstelverordening. Aanleg van natuur is hiervoor een belangrijk middel, waarbij de provincie wil bereiken dat een sterk netwerk van natuurgebieden ontstaat, dat bestaat uit kerngebieden en verbindingszones daartussen (het Natuurnetwerk Nederland). Buiten deze natuurgebieden wil de provincie het gebied in goede conditie blijft en duurzaam wordt beheerd, zodat het zijn waarde en functie behoudt. Dit doet zij door aantrekkelijke landschappen en steden te creëren waar, naast andere functies, ook voldoende ruimte is voor natuurwaarden.
Naast dat dit de algehele biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit verhoogt, draagt het ook bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving in Zuid-Holland. Voor de aanleg van natuur neemt de provincie de leiding. Ze stelt zich hierin op als verbinder tussen lokale partijen om te komen tot samenwerking.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 5-1-2 Beschermen en versterken bestaande natuur en soorten
Wat willen we bereiken?
De provincie wil de plant- en diersoorten die van nature voorkomen binnen de provinciegrenzen behouden. Dit doet zij door het ondersteunen van goed beheer van de natuur, door de kwaliteit van natuurgebieden te verbeteren en deze gebieden te beschermen via regels en plannen. In het landelijk en stedelijk gebied treft de provincie maatregelen om de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening te halen, de natuur gezond te houden en de natuur op landbouwgrond te verbeteren. Belangrijke weidevogelgebieden worden door de provincie door regels beschermd (dit noemen we planologisch). Daarnaast stimuleert zij initiatieven voor verdere versterking van de kwaliteit. Ook gebieden met bomen of bos (zogenoemde houtopstanden) worden planologische beschermd.
De provincie wil dat er een gezond evenwicht is tussen de verschillende soorten wilde dieren. Bij het beheren van dit evenwicht wordt zorgvuldig gekeken naar de belangen van natuur en de samenleving. Als het nodig is, neemt de provincie maatregelen. Bijvoorbeeld om planten en dieren te beschermen, voor de veiligheid van mensen, voor de volksgezondheid of om schade aan landbouw en andere belangrijke zaken te voorkomen. Daarnaast geeft de provincie vergoedingen voor schade veroorzaakt door wilde en beschermde dieren. De provincie werkt aan het voorkomen en aanpakken van schadelijke planten en dieren uit andere landen (exoten). Dit doet ze door ze te voorkomen, weg te halen of onder controle te houden. Als deze soorten schade veroorzaken aan beschermde planten en dieren, of aan de economie of gezondheid van mensen, neemt de provincie maatregelen.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 5-1-3 Natuurinclusieve transitie
Wat willen we bereiken?
De provincie wil natuur meenemen in al haar ruimtelijke ontwikkelingen, zodat biodiversiteit behouden en versterkt kan worden. Natuur stopt immers niet bij de grens van natuurgebieden. Natuurinclusieve ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan het oplossen van veel provinciale uitdagingen (bodemdaling, verzilting, verdroging, afname biodiversiteit). Ook is het een randvoorwaarde voor een voldoende sterk ecologisch systeem, zodat aan (inter)nationale afspraken (natuur, stikstof, klimaat, fijnstof) wordt voldaan.
Door biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema onderdeel van ons handelen te maken, werken we aan een aantrekkelijk, natuurinclusief en toekomstbestendig Zuid-Holland. Dan ontstaat zowel meer ruimte voor flora en fauna, als voor het oplossen van maatschappelijke problemen. De provincie wil met medeoverheden en kennisinstellingen het concept basiskwaliteit natuur verder ont- wikkelen om te natuurinclusieve transitie te bevorderen.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 5-1-4 Stikstofreductie
Wat willen we bereiken?
Het terugbrengen van stikstof (zowel ammoniak als stikstofoxiden), heeft als doel om de neerslag van stikstof op de natuurgebieden te verminderen en daarmee bij te dragen aan natuurherstel. De provincie heeft als doel om de uitstoot van ammoniak uit de landbouw sterk te verlagen om zo bij te dragen aan het landelijke doel om de uitstoot 42-46% terug te brengen in 2035 ten opzichte van 2019. Ook draagt de provincie bij aan de landelijke doelstellingen voor het verminderen van stikstofoxiden van 50% voor de industrie en 50% voor de mobiliteit (inclusief bouw) in 2035 ten opzichte van 2019. De provincie onderzoekt de mogelijkheden om richting 2035 de vermindering van uitstoot op bedrijfs- dan wel op gebiedsniveau te kunnen borgen. Op deze wijze wil de provincie in de toekomst de uitstoot van ammoniak geborgd verminderen.
Daarnaast is het voor de provincie belangrijk om maatschappelijke ontwikkeling mogelijk te blijven maken. Om de stikstofproblematiek op te lossen werkt de provincie samen met regionale partners.
Deze inzet wordt in het omgevingsprogramma verder uitgewerkt en verloopt langs de volgende lijnen:
- Ammoniak (NH3) verminderen voor natuurherstel;
- Stikstofoxiden (NOx) verminderen voor natuurherstel;
- Ontwikkelingen mogelijk houden door vergunningverlening, waaronder helpen bij de legalisatie van PAS-melders.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
