Het beleidsdoel Energietransitie is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 3-1-1 Duurzame opwek elektriciteit
Wat willen we bereiken?
Om het gezamenlijke doel van uit de Regionale Energie Strategie (RES) te behalen (het opwekken van 6,3-6,8 TWh aan duurzame elektriciteit) wil de provincie meer ruimte bieden aan zonne- en windenergie. Hiermee draagt de provincie bij aan de doelen in de Klimaatwet en de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het behalen van het RES-doel draagt ook bij aan haar eigen beleidsdoel om het gebruik van fossiele energiebronnen af te bouwen en toegroeien naar een klimaatneutrale energievoorziening.
De provincie biedt ruimte voor de toenemende behoefte aan elektriciteit in Zuid-Holland op een schone, onafhankelijke manier. De ruimte in Zuid-Holland is beperkt, daarom wil de provincie zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte en een goede afweging maken tussen verschillende provinciale waarden. Ook wanneer de vraag naar ruimte voor hernieuwbare elektriciteit na 2030 groeit, zoals het Rijk verwacht in het Nationaal Plan Energiesysteem.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 3-1-2 Eerlijke energietransitie
Wat willen we bereiken?
De provincie Zuid-Holland zet in op een eerlijke energietransitie, waarin iedereen kan meedoen en profiteren, en waarin lusten en lasten evenwichtiger worden verdeeld.
De provincie wil inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties op een betekenisvolle manier betrekken bij de ontwikkeling van energieprojecten. Zo komen plannen samen met de omgeving tot stand. Door dit tijdig en duidelijk te organiseren, kan iedereen meedenken en meedoen. Dit draagt bij aan meer draagvlak en betrokkenheid. Daarbij weegt de provincie zorgvuldig af wat belangrijk is voor de energietransitie en wat de voor- en nadelen zijn voor de directe omgeving.
De provincie moedigt mensen aan om mee te doen en zelf een deel van een project te bezitten. Zij zet in op zeggenschap en eigenaarschap van de omgeving, met lokaal eigendom per grootschalig energieproject (zoals wind- en zonne-energie). Uitgangspunt is tenminste 90% lokaal eigendom, maar de provincie streeft naar volledig lokaal eigendom. Zo krijgt de omgeving niet alleen inspraak, maar heeft ook echt het laatste woord. Daarnaast blijven de opbrengsten in de regio en stimuleert het slimme oplossingen binnen het decentrale energiesysteem. Coöperatieve ontwikkeling, zoals via energiecoöperaties en energiegemeenschappen, is daarvoor noodzakelijk. Deze organisaties maken deelname voor iedereen in de omgeving mogelijk en werken nadrukkelijk naar een zo groot mogelijk lokaal eigendom met de bijhorende zeggenschap toe.
De provincie wil dat de energietransitie haalbaar en toegankelijk is voor iedereen. Dit vraagt met name aandacht voor achtergestelde en kwetsbare groepen. Zij hebben vaker te maken met hoge energiekosten, (energie)armoede en een gebrek aan mogelijkheden om iets te kunnen doen. De provincie wil deze ongelijkheid verkleinen, om te voorkomen dat zij te veel worden belast in vergelijking met anderen en juist kansen krijgen om te profiteren van verduurzaming.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- We zetten (onafhankelijke) maatschappelijke initiatievencoaches in die helpen om het onbenutte potentieel van gemeenschapskracht in beeld te krijgen en aan te boren, in verbinding met interne organisatie.
- We initiëren een regionaal netwerk van gemeenten en maatschappelijke initiatieven met wie we onze aanpak verder invullen en vormgeven.
Lokaal eigendom
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Stimuleren lokale initiatieven
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 3-1-3 Warmte transitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw
Wat willen we bereiken?
De provincie zet in op een zo groot mogelijke CO 2 -reductie. De unieke situatie in Zuid-Holland met verschillend aanbod van warmtebronnen en een bebouwde omgeving nabij, biedt kansen om CO 2 -reductie te bewerkstellingen via de warmtevoorziening. De provincie richt zich op een toekomstbestendig energiesysteem waarin de warmtetransitie een belangrijke rol heeft.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 3-1-4 Klimaatneutrale en circulaire industrie
Wat willen we bereiken?
Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is.
Samen met haar partners zet de provincie zich hiervoor in langs drie sporen die de basis vormen van drie maatregelen in het Omgevingsprogramma:
- stimuleren van efficiency en het nuttig en slimmer toepassen van reststromen;
- vernieuwen van het energiesysteem;
- vernieuwen van het grondstoffensysteem.
Voor al deze sporen is de tijdige beschikbaarheid van een adequate energie infrastructuur, alsmede voldoende ruimte om deze energie infrastructuur te realiseren, een belangrijke conditie.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 3-1-5 Duurzaam energiesysteem
Wat willen we bereiken?
De provincie werkt samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners aan een gezamenlijk, ingepast en volledig duurzaam energiesysteem in 2050. Met ‘energiesysteem’ wordt de vraag en aanbod van energie (opwek en gebruik) en de verbinding hiertussen bedoeld. Zoals transport, opslag en het omzetten van de ene soort energie naar een andere. Daaronder wordt warmte, elektriciteit, duurzame gassen en CO 2 als grondstof en restproduct verstaan. De provincie werkt aan een (regionaal) energiesysteem dat klaar is voor de toekomst. Dit systeem:
- Ontwikkelt zich in samenhang met diverse ruimtelijke en andere, op zichzelf staande ontwikkelingen
- Wordt zo goed mogelijk ingepast in de ruimte die er is
- Wordt goed en slim gebruikt
Om tot een duurzaam energiesysteem te komen werkt de provincie met zeven leidende principes die zijn afgesproken in het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0:
- Vraagreductie (energiebesparing)
- Lokale opwek – waar mogelijk lokaal benutten van hernieuwbare bronnen
- Kiezen voor de meest passende energiedrager (zoals elektriciteit, warmte, groen gas en water- stof).
- Energievraag en -aanbod lokaal, regionaal en provinciaal trapsgewijs bij elkaar brengen
- Maximale inzet op efficiënter benutten van energie-infrastructuur
- Een toegankelijke energievoorziening voor iedereen
- Samenhang in energie en ruimte
Het energiesysteem in Zuid-Holland staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een groter systeem. Zo is er ook uitwisseling van energie met omringende provincies en andere landen. Alle onderdelen (centraal en meer verspreid) werken samen als één geheel. Dit is van groot belang voor een gebalanceerd, robuust en betrouwbaar systeem.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- Start met het onderzoek naar de potentie voor geothermie en het versterken van energiegemeenschappen.
- Voorbereidingen worden getroffen voor het opstarten van een vliegende brigade om in te zetten bij grote uitbreidingen van de energie-infrastructuur die nodig zijn om uit netcongestie te komen.
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK)
Er zijn geen bijstellingen van beleid.
Beleidsprestatie 3-1-6 Kernenergie
Wat willen we bereiken?
Zuid-Holland is een energie-intensieve provincie en voor de energietransitie van de bebouwde omgeving en de industrie is een ruime en betrouwbare beschikbaarheid van CO 2 neutrale energie van levensbelang. De provincie sluit daarom op voorhand geen enkele CO 2 -emissievrije techniek uit.
De energiemix van de toekomst vraagt om stabiele, duurzame en betrouwbare bronnen. Kernenergie kan een bijdrage leveren aan deze toekomstige energiemix. Daarnaast kan het de afhankelijkheid van fossiele import buiten Europa verminderen. De provincie wil de potentie van kernenergie in de energiemix binnen de provincie verder onderzoeken en verkennen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar kleine kerncentrales (SMR’s).
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- In de Decembercirculaire 2025 heeft het Rijk via een decentralisatie uitkering een budget beschikbaar gesteld voor onderzoeken naar de regionale (technische) potentie van SMR’s, de inpassing in het regionale energiesysteem, maatschappelijk draagvlak en informatievoorziening en verkennend onderzoek voor locatiekeuzes. In deze voorjaarsnota wordt dit bedrag, samen met het eerdere beschikbare budget voor de onderzoeken naar de 2 nieuwe grote kerncentrales en het bedrag dat uw Staten beschikbaar hebben gesteld voor de ondersteuning van de Zuid-Hollandse gemeenten op dit dossier, opgevoerd in de begroting 2026. De werkzaamheden voor zowel het potentieonderzoek SMR’s als de twee grote kerncentrales zijn in 2025 gestart en het zwaartepunt van de werkzaamheden van deze onderzoeken valt in dit lopende begrotingsjaar. Concreet gaat het om de volgende werkzaamheden:
- Een potentie-onderzoek naar de plaatsing van small modulair reactors in de provincie Zuid-Holland in samenwerking met de Zuid-Hollandse gemeenten die hiervoor open staan.
- Het openstellen van een subsidieregeling voor Zuid-Hollandse gemeenten ter ondersteuning van de kosten van simulaties, locatieonderzoek en participatie.
- In samenwerking met betrokken gemeenten de gevolgen onderzoeken van de mogelijke nieuwbouw van twee nieuwe grote kerncentrales op de 2e Maasvlakte. Dit ondanks het feit dat de voorkeurslocatie van het Rijk, Zeeland ons een logischere keuze lijkt.
