Begrotingssaldo en Algemene reserve jaarschijf 2026
Het begrotingssaldo is het saldo van baten en lasten ná verrekening met de bestemmingsreserves. Als het
begrotingssaldo in een jaar positief is dan wordt dit gestort in de Algemene vrije reserve. Als het begrotingssaldo in een jaar negatief is dan wordt dit onttrokken aan de Algemene vrije reserve. Daarom geven we in dit onderdeel van de Voorjaarsnota inzicht in de meerjarige ontwikkeling van het begrotingssaldo en het verloop van de omvang van de Algemene vrije reserve.
Begrotingssaldo
Het begrotingssaldo 2026 was bij vaststelling van de Begroting 2026 € 3,6 miljoen voordelig. Door de wijzigingen in de Voorjaarsnota 2026 wijzigt dit naar € 0,2 miljoen nadelig. De wijziging ten opzichte van de begroting bedraagt daarmee € 3,8 miljoen (mutaties Voorjaarsnota + € 16,1 miljoen en beklemmingen Jaarrekening 2025 -/- € 19,9 miljoen). De wijziging is als volgt samen te vatten:
(bedragen x € 1 mln) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begrotingssaldo Begroting 2026 | 3,6 | 29,7 | 36,5 | 58,1 | 65,9 | 63,9 | 63,6 |
Beklemming van middelen jaarrekening 205 | -19,9 | -1,9 | -1,3 | -0,5 | -0,1 | -0,1 | - |
Ontwikkelingen MRB | 15,5 | 23,4 | 23,9 | 25,0 | 28,2 | 28,2 | 28,2 |
Ontwikkelingen Provinciefonds | 5,9 | -0,9 | 1,6 | 0,2 | -12,1 | -12,1 | -12,1 |
Vrijval van middelen / bijstelling baten | 9,2 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 |
Extra inzet / claims | -38,4 | -26,3 | -21,2 | -21,6 | -14,8 | -5,8 | -8,0 |
Doorschuiven van middelen tussen jaren | 23,8 | -14,2 | -10,1 | 1,2 | -0,4 | 0,1 | -0,3 |
Totale mutatie begrotingssaldo Voorjaarsnota 2026 | 16,1 | -17,6 | -5,3 | 5,2 | 1,4 | 10,9 | 8,3 |
Begrotingssaldo na Voorjaarsnota 2026 | -0,2 | 10,2 | 30,0 | 62,7 | 67,2 | 74,8 | 71,9 |
Structureel begrotingssaldo
Het structurele begrotingssaldo neemt af van € 4 miljoen voordelig bij de Begroting 2026 naar € 20,7 miljoen nadelig bij de Voorjaarsnota 2026. Deze verslechtering van het begrotingssaldo van € 24,7 miljoen komt vooral door nieuwe claims en nieuwe inzet van middelen in de voorjaarsnota (€ -39 miljoen), de raming van de middelen uit de Investeringsagenda (€ -10 miljoen) en de beklemmingen uit de jaarrekening 2025 (€ -12 miljoen). Deze effecten worden deels geneutraliseerd door hogere inkomsten uit de meicirculaire (€ +6 miljoen), het bijstellen van de motorrijtuigenbelasting (€ +16 miljoen) en het bijstellen van lasten (reëel ramen) binnen de ambities (€ +11 miljoen). Daarnaast zijn ten opzichte van de voorjaarsnota bepaalde lasten gekwalificeerd als incidenteel (€ +4 miljoen).

Structureel reëel begrotingssaldo
In bovenstaande tabel presenteren we ook een structureel reëel begrotingssaldo. Dit saldo komt tot stand door het structureel begrotingssaldo te corrigeren voor budgetten van structurele taken die worden doorgeschoven naar latere jaren. Elk jaar zien we, met name bij de najaarsnota, dat budgetten van structurele taken in het lopende jaar (2026) worden verlaagd en in een later jaar (2027 of verder) worden opgehoogd. Deze bijstellingen zijn meerjarig gezien saldo-neutraal: wat er in het ene jaar wordt verlaagd, komt er in een ander jaar weer bij. Een belangrijke verklaring voor het doorschuiven van deze lastenbudgetten is dat de lastneming van subsidiebudgetten in een later jaar plaatsvindt dan het jaar waarin de subsidie is toegekend. We kunnen die budgetten die worden doorgeschoven ook niet laten vrijvallen, omdat er al juridische verplichtingen voor zijn aangegaan.
Het doorschuiven van deze lastenbudgetten is passend bij realistisch begroten, wat een vereiste is vanuit het BBV en daarnaast de aandacht heeft van het college en Provinciale Staten. Tegelijk zorgen deze bijstellingen ervoor dat het structurele begrotingssaldo in het lopende jaar verbeterd (in 2026 verlagen we lastenbudgetten), maar het structurele begrotingssaldo in latere jaren verslechterd (in 2027 en verder verhogen we lastenbudgetten). Het reële beeld van het structurele begrotingssaldo wordt hierdoor beïnvloed.
Bij het bepalen van het structurele reële begrotingssaldo corrigeren we het structurele begrotingssaldo voor deze doorgeschoven middelen in het lopende en vorige jaren. In de jaren 2026-2029 pakt het structurele reële begrotingssaldo daardoor per saldo positiever uit doordat de doorgeschoven lastenbudgetten vanuit 2025 en 2026 buiten beschouwing worden gelaten. In 2025 en 2026 werkte deze methode uiteraard de andere kant: het structurele reële begrotingssaldo is voor dat jaar nadeliger. Het doorschuiven van middelen vindt meerjarig plaats en werkt door tot en met het begrotingsjaar 2032. Vanaf 2033 zijn het structurele begrotingssaldo en het structurele reële begrotingssaldo aan elkaar gelijk.
Verloop omvang Algemene vrije reserve
De Algemene vrije reserve bedraagt per eind 2026 afgerond € 236,8 miljoen. Dit is na verrekening van bovengenoemd begrotingssaldo, het resultaat van de jaarrekening 2025 van € 27,8 miljoen, storting in de investeringsagenda reserve van € 3,5 miljoen en de onttrekkingen voor de aanvulling bufferreserve weerstandscapaciteit.
Type mutatie | 2026 (BGR) | 2026 (VJN) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Alg. reserve na Begroting 2026 | 295,7 | 295,7 | 283,3 | 293,4 | 323,4 | 386,1 |
Extra storting in Investeringsagenda 26-30 | -3,5 | |||||
Vrijval bufferreserve ten gunste van jaarrekeningresultaat 2025 | -8,8 | |||||
Begrotingssaldo van het jaar | 4,6 | -0,2 | 10,2 | 30,0 | 62,7 | 67,2 |
Alg. reserves eind v/h jaar | 300,4 | 283,3 | 293,4 | 323,4 | 386,1 | 453,3 |
Correctie voor de bufferreserve weerstandcapaciteit | -84,7 | -74,3 | -74,3 | -74,3 | -74,3 | -74,3 |
Alg. vrije reserve eind v/h jaar | 215,6 | 209,0 | 219,1 | 249,1 | 311,8 | 379,0 |
Jaarrekeningresultaat 2025 - nog toe te voegen na vaststelling | 27,8 | 27,8 | 27,8 | 27,8 | 27,8 | |
Alg. vrije reserve eind v/h jaar na jaarrekening 2025 | 215,6 | 236,8 | 246,9 | 276,9 | 339,6 | 406,8 |
