Lastneming subsidies
Subsidies zijn een groot deel van de provinciale begroting. De lastneming van subsidies is gebonden aan speciale verslaggevingsregels. Dat wil zeggen dat een verstrekte subsidie in het kalenderjaar 2026 niet altijd als last (volledig) verantwoord wordt in het boekjaar 2026. Voor subsidies onder de € 250.000 worden de lasten verantwoord in het jaar waarin de activiteiten beginnen. Voor subsidies boven de € 250.000 worden de lasten toegerekend aan de jaren waarin de activiteiten plaatsvinden. Dit is ook zo vastgelegd in de provinciale financiële verordening in artikel 4.46.
Via de standaard P&C-cyclus schatten we zo goed mogelijke in wat er aan subsidies verstrekt zal worden en welke bedragen in welke jaren verantwoord gaan worden. De realisatie (= lastneming van subsidies) kan hiervan afwijken. Activiteiten beginnen bijvoorbeeld later dan gedacht of de subsidieontvanger stelt de planning van de uitvoering van activiteiten bij. Ook kunnen er aan het einde van het jaar nog eindafrekeningen van subsidies binnenkomen. Als de ontvanger van de subsidie de activiteiten niet (volledig) uitvoert dan leidt dit tot een teruggaaf aan de provincie. Deze eenmalige voordelen zijn nog niet in de begroting geraamd en komen pas bij het opstellen van de jaarstukken tot uitdrukking. Bij de jaarrekening worden de niet-bestede subsidiebudgetten waarvoor al verplichtingen zijn aangegaan toegevoegd aan de egalisatiereserve lastneming subsidies. Daarmee worden de lastnemingen gedekt van die subsidies in komende jaren. Bij de Jaarrekening 2025 is hier voor gebruik van gemaakt met een storting van € 23,6 miljoen. De lastneming van deze middelen worden bij deze Voorjaarsnota 2026 (meerjarig) geraamd. Standaard bijstellingen in P&C-producten zoals de Voorjaarsnota en Najaarsnota lopen niet via de egalisatiereserve en vinden plaats via het begrotingssaldo . Dat betekent dat wanneer er gedurende het begrotingsjaar aanpassingen worden verwacht in het bestedingsritme van de subsidieontvanger doordat de lasten later worden gerealiseerd, dat wij het kasritme daarop aanpassen. Dat kan betekenen een vrijval in het begrotingssaldo van het lopende begrotingsjaar en een claim op het begrotingssaldo in de daaropvolgende jaren. Deze mutatie is budgetneutraal.
Uitvoeringskracht externe partijen
De provincie heeft als middenbestuur een bijzondere positie. De provincie maakt zelf beleid en voert veel taken zelf uit. Maar de provincie heeft ook veel verschillende rollen als het gaat om het mogelijk maken, stimuleren, regisseren, deelnemen en starten van nieuwe ontwikkelingen en projecten samen met anderen. In die samenwerking hebben we verschillende rollen. Het omgaan met die externe omgeving is een belangrijk deel van het provinciale speelveld. Of het lukt om provinciale ambities te realiseren is afhankelijk van de uitvoeringskracht van externe partijen zoals gemeenten, leveranciers, aannemersbedrijven, grondverzet- en grondwerkbedrijven en omgevingsdiensten. Die afhankelijkheid kan de planning, en daarmee de realisatie van lastenbudgetten, beïnvloeden en kan leiden tot een onderbesteding in de jaarrekening. Qua onzekerheid wordt, op basis van eerdere jaarrekeningen, ingeschat dat dit gaat om een bedrag van maximaal € 15 miljoen.